Soms begint het mooiste verhaal met een verkeerde afslag
Sommige herinneringen aan Spanje beginnen bij een beroemde kathedraal, een goudgeel strand of een uitzicht over zee. Andere beginnen met een verkeerde afslag. Juist buiten de bekende Spaanse steden en drukke Spaanse costa’s ontdek je soms een heel andere kant van het land. Dit is het verhaal van zo'n avond: een klein wit dorp, een onverwacht feest, lange tafels vol eten en twee lege stoelen die speciaal voor ons werden bijgeschoven.
Het begon met een verkeerde afslag
Het was al laat in de middag toen we besloten de hoofdweg te verlaten. De temperatuur was eindelijk wat aangenamer geworden en het felle licht van de Spaanse middag maakte plaats voor die warme gloed die alles zachter lijkt te maken. Links en rechts lagen olijfgaarden tegen de heuvels. Af en toe passeerden we een verweerde stenen boerderij, maar verder was er nauwelijks verkeer.
Volgens de kaart moest een paar kilometer verderop een klein dorp liggen. Veel verwachtten we er niet van. Een café, misschien een restaurant en als we geluk hadden een eenvoudig hotelletje voor de nacht. De volgende ochtend zouden we verder rijden.
Dat was het plan.
Een dorp zonder haast
Na een laatste bocht verschenen de eerste witte huizen. Ze stonden dicht tegen elkaar gebouwd, met kleine balkons, donkere houten deuren en bloempotten vol geraniums. De straat werd steeds smaller en uiteindelijk besloten we de auto aan de rand van het dorp te parkeren.
Er was bijna niemand te zien. Een oude man zat op een stoel voor zijn huis. Een kat lag languit op een vensterbank en keek even op toen we voorbijliepen. Achter een halfgeopend raam klonk het gerinkel van borden. Het leek alsof het hele dorp ergens op wachtte.
We liepen richting de kerktoren, omdat je in een Spaans dorp daarmee meestal vanzelf op het centrale plein uitkomt. Ook hier werkte die eenvoudige manier van navigeren uitstekend. Maar toen we het plein bereikten, begrepen we waarom de straten zo leeg waren. Iedereen was hier.
Lange tafels op het dorpsplein
Onder een rij bomen stonden lange tafels en tientallen stoelen. Een paar mannen sjouwden met houten banken. Vrouwen kwamen vanuit de omliggende huizen naar buiten met schalen eten, terwijl kinderen tussen de tafels door renden. Voor een klein café stonden grote bakken met ijs waarin flessen water, frisdrank en wijn lagen.
Aan de andere kant van het plein werd een klein podium opgebouwd. We bleven even staan kijken. Dit was duidelijk geen gewone zaterdagavond. Een vrouw kwam met een stapel borden uit het café en zag ons staan. We vroegen of er ergens in het dorp een restaurant was.
Ze keek naar de lange tafels, vervolgens naar ons en begon te lachen. “Esta noche, aquí.” Vanavond eet je hier. Meer uitleg kregen we niet.
Lange tafels op het dorpsplein
Onder een rij bomen stonden lange tafels en tientallen stoelen. Een paar mannen sjouwden met houten banken. Vrouwen kwamen vanuit de omliggende huizen naar buiten met schalen eten, terwijl kinderen tussen de tafels door renden. Voor een klein café stonden grote bakken met ijs waarin flessen water, frisdrank en wijn lagen.
Aan de andere kant van het plein werd een klein podium opgebouwd. We bleven even staan kijken. Dit was duidelijk geen gewone zaterdagavond. Een vrouw kwam met een stapel borden uit het café en zag ons staan. We vroegen of er ergens in het dorp een restaurant was.
Ze keek naar de lange tafels, vervolgens naar ons en begon te lachen. “Esta noche, aquí.” Vanavond eet je hier. Meer uitleg kregen we niet.
Eerst een tapa
We liepen het café binnen. Het was klein en eenvoudig, met een donkere houten bar, een paar tafeltjes en foto's van het dorp aan de muur. Boven de bar hingen gedroogde hammen. Achter de glazen vitrine stonden schaaltjes met tortilla, kaas, olijven en ansjovis.
We bestelden twee drankjes. Dezelfde vrouw zette er zonder iets te vragen een klein bordje bij met brood, kaas en plakjes chorizo. “De la casa.” Van het huis. Het was zo'n eenvoudig moment waarop je merkt hoe belangrijk eten, drinken en samenzijn zijn in het dagelijkse Spaanse leven.
Toen we vroegen wat er die avond eigenlijk gevierd werd, verwachtten we de naam van een patroonheilige of een eeuwenoude traditie. De vrouw keek ons even verbaasd aan, haalde haar schouders op en zei: “Es sábado.” Het is zaterdag. Ze glimlachte en liep naar de volgende klant.
Spanje komt langzaam tot leven
Tegen acht uur veranderde het plein. De luiken van de huizen gingen open, balkondeuren werden naar buiten geslagen en overal verschenen mensen. Grootouders namen plaats op stoelen langs de gevels, terwijl kinderen voetbalden met twee plastic flessen als doelpalen.
Op de tafels verschenen manden brood, olijven, kaas en grote schalen met vlees. Vanuit een zijstraat kwam de geur van knoflook en geroosterde paprika's. Het deed denken aan alles wat de Spaanse keuken zo gezellig maakt: eenvoudige gerechten, lange tafels en vooral samen eten.
Niemand leek haast te hebben. Eerst werd er gepraat. Dan verscheen er wat eten. Iemand bestelde nog iets te drinken en er kwamen vrienden bij. Stoelen werden verschoven. Zonder dat je precies kon aanwijzen wanneer het gebeurde, was de avond ineens begonnen.
“Ga zitten”
We stonden nog steeds een beetje aan de rand van het plein toen een oudere man naar ons gebaarde. Hij wees naar twee lege stoelen. “¡Sentaos!” Ga zitten. We probeerden uit te leggen dat we eigenlijk alleen iets wilden eten en niet bij het feest hoorden. Dat argument maakte weinig indruk.
Er werden twee borden neergezet. Een paar minuten later kregen we brood, tomaten, gegrild vlees en een salade. Daarna volgde een schaal aardappelen. Onze Spaanse woordenschat bleek beperkt, maar dat vormde nauwelijks een probleem.
De man naast ons sprak snel en veel. Wij begrepen ongeveer de helft. Wanneer we hem niet begrepen, sprak hij gewoon wat harder, zoals mensen overal ter wereld lijken te doen wanneer een buitenlander hun taal niet volledig beheerst. Zijn vrouw vond het prachtig.
De gitarist
Rond tien uur verscheen een man met een gitaar. Niemand kondigde hem aan. Hij pakte een stoel, ging op het kleine podium zitten en begon te spelen. Aanvankelijk praatte iedereen gewoon verder, maar langzaam veranderde dat. Gesprekken werden zachter en steeds meer mensen draaiden hun stoel richting het podium.
Een tweede man begon te zingen. Zijn stem was rauw en krachtig en vulde het hele plein. We verstonden nauwelijks waar het lied over ging, maar dat bleek niet belangrijk. De mensen om ons heen kenden het wel. Sommigen zongen zacht mee en toen het lied eindigde, klonk luid applaus.
Daarna werd het tempo hoger. Een vrouw stond op en nog iemand volgde. Stoelen werden opzijgeschoven en er werd gedanst. Het kleine dorpsplein dat een paar uur eerder nog bijna verlaten leek, was veranderd in het bruisende middelpunt van de avond.
Geen toerist meer
Op dat moment gebeurde iets merkwaardigs. We waren niet langer bezoekers die toevallig in een onbekend Spaans dorp waren beland. We zaten ertussen. Er werd wijn ingeschonken zonder te vragen of we nog wilden en een schaal eten ging van hand tot hand totdat deze uiteindelijk ook onze kant van de tafel bereikte.
Een jongetje probeerde ons uit te leggen hoe het kaartspel werkte dat een paar mannen speelden. Zijn uitleg was minstens zo ingewikkeld als het spel zelf. De oude man naast ons bleef ondertussen verhalen vertellen.
Af en toe wees hij naar een huis, de kerk of iemand aan de andere kant van het plein. Waarschijnlijk vertelde hij de complete geschiedenis van het dorp. Wij knikten alsof we alles begrepen. Misschien was dat ook wel zo. Niet ieder verhaal hoeft woord voor woord vertaald te worden.
Middernacht bestaat hier niet
Rond twaalf uur dachten we dat het feest langzaam zou eindigen. Dat bleek een typisch Nederlandse gedachte. Er kwamen juist meer mensen. Tieners die eerder nergens te zien waren geweest, verschenen op het plein. Kleine kinderen die volgens onze begrippen al uren in bed hadden moeten liggen, speelden nog steeds tussen de tafels.
Het café draaide op volle toeren. De gitarist had inmiddels gezelschap gekregen van twee andere muzikanten en iemand bracht een schaal zoetigheid rond. De temperatuur was heerlijk geworden en boven de daken stond een heldere sterrenhemel.
Vanuit de omliggende straten stroomde warme lucht het plein op. Niemand keek op zijn horloge. Voor even leek het alsof tijd in dit kleine Spaanse dorp helemaal niet belangrijk was.